Geschiedenis van de PJRT-2
Jack Russell
Terrier en de
Parson Russell
Terrier
Temperamentvol,
actief, sportief, graag in
uw gezelschap en dat ook nog in een
aangenaam hanteerbaar formaat.
'Een grote hond in een kleine verpakking'
is een mooie omschrijving die zowel
opgaat voor de Parson Russell Terrier
als voor de Jack Russell Terrier.
Video:
1930 "Tally Ho" ("Dáár is hij")
Pups, nu al gravend op zoek naar mollen en muizen.
Artikel uit Hondenwereld 11-2007 aangepast door
![]()
Kopieertoestemming van de redactie
Compassomedia
20090109-0913
Het gebruik van honden voor het werk onder de grond is al eeuwen oud. Vroeger
was de terrier (terra=aarde) een hond voor de gewone man. Pas in de dertiende
eeuw werden er terriers meegenomen op de adellijke jacht. De luidgevende Hounds
van de meute spoorden de vos op en de terriers moesten de vossen uit hun holen
verjagen.
Zij mochten de vossen niet doden onder de grond want dan hadden de adellijke
jagers niets te schieten. De terriers moesten door aanbijten en aanblaffen de
vos uit het hol drijven. In geval van nood moesten zij zich zelf kunnen
verdedigen tegen de vos. En die vos was vaak een geduchte tegenstander met een
gevaarlijk gebit. Niet zelden kostte dit de terriers het leven of tenminste een
ernstige verwonding waarbij een afgebeten neus regelmatig voorkwam.
Grondlegger John (Jack) Russell
John Russell, een negentiende-eeuwse Anglicaanse dominee uit Swimbridge,
Devon (GB),stond bekend als gepassioneerd jager en dan bij voorkeur met werkterriers. Jack,
zoals hij werd genoemd, was voornemens een terrier-ras te fokken dat
gespecialiseerd zou zijn in het werken onder de grond. Ver voor 1800 bestonden
er dus al overeenkomstige honden (Fox terriers), zoals de dominee ze voor ogen had.
Op oude schilderijen van onder andere jachttaferelen
(Sawrey
Gilpin, 1722-1803) werden geregeld Fox-working terriers
afgebeeld.
In 1819 kocht John Russell zijn eerste terrier van een melkboer. Deze teef,
Trump genaamd, is de stammoeder geweest van de honden die Russell fokte voor de
jacht op vossen en dassen. Dominee (parson) Russell hield daarbij vast aan zijn
ideeën over fokken en ook aan het type hond dat hij in gedachten had. Of de
dominee daadwerkelijk de grondleggers is van het ras is maar de vraag.
Ook in
zijn tijd waren er meerdere mensen bezig met de ontwikkeling van dit ras. King
Edward VII (toen Prince of Wales) kocht een "terrier" genaamd Caesar, van
de Duchess of Newcastle Ch Cackler of Notts.
>>Ga naar:Het ware
verhaal??<<
De door John Russell gefokte terriers moesten voldoen aan specifieke
werkeigenschappen.
De hond moest mee kunnen lopen in de meute, goed op de vos te
gebruiken zijn en het wild aanblaffen en uit cle holen jagen zonder het wild te
doden. Het moest een energieke, goed gebouwde en gepassioneerde werkhond zijn.
Bij deze Working Foxterriers, waar John Russell mee werkte, waren de
werkeigenschappen belangrijker dan het uiterlijk.
Het uiterlijk stond volledig in dienst van de bruikbaarheid bij het
werk onder de grond. De honden van dit type verschilden onderling niet alleen in
vacht, kleur en uiterlijk maar ook in maat.
Al in een vroeg stadium werden er Fox-terriers geshowd op de
hondententoonstellingen zoals Crufts. Zowel Russell als de jagers die met deze
Working Fox-terriers werkten, waren zeer gekant tegen aanpassingen in het
uiterlijk die erop gericht waren de hond te verfraaien. In de ogen van Russell
en zijn medestanders waren deze 'show-Foxterriers' niets anders dan een
karikatuur van de oorspronkelijke werkhond.Ook wilden zij niets weten van een
registratie van de honden en een erkenning door de Kennelclub. Wel hielden de
jagers een eigen registratie bij van de afstammelingen van hun honden. Voor de
rest wilden zij vrij zijn om te kunnen fokken en selecteren op
werkeigenschappen.
Ontstaan van variaties
Nadat John Russell was overleden, namen collega-fokkers zijn honden over en
fokten naar het inzicht van Russell verder. Door de verscheidenheid in
landschappen ontstonden er verschillende typen in dit ras, mede afhankelijk van
de grootte van de vossen en de holen waar de honden in moesten werken. De eerste terriers waren rood en zwart. Het is niet echt bekend wanneer men de witte
variant is gaan fokken. Het is aannemelijk dat men in die tijd heeft gekozen
voor een witte variant omdat deze goed afstak tegen de vos.
Vanaf het einde van de negentiende eeuw zijn deze terriers, die Jack Russell
Terriers genoemd werden, vrijwel uitsluitend gefokt door jagers.
Omdat het een
prima tijdsbesteding was. nam in die tijd de jacht op de vos een enorme toeloop.
Deze jagers zijn dan ook verantwoordelijk voor het ontstaan van de hedendaagse
twee variëteiten die elk hun eigen Joel hadden: het ene type. wat tegenwoordig
als Parson Russell Terriër bekend staat, moest indertijd
mee kunnen lopen in de meute en het andere type, de huidige
Jack Russell Terrier,
moest gedragen kunnen worden in een zadeltas of voorop het paard.
John (Jack) Russell wordt tot op heden beschouwd als de grondlegger van deze
twee rassen.
Naar het vaste land
Vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog werden de Jack Russell Terriers
steeds populairder en in het bijzonder bij jagers en paardenliefhebbers.
Er doen verhalen de ronde dat waarschijnlijk deze mensen de terriers naar het vaste
land van Europa hebben gebracht en er daar verder mee zijn gaan fokken. Dat is
onjuist. Op oude prenten en schilderijen van oude meesters worden er al witte
terriers in europa afgebeeld. Met name ook in Duitsland en
Frankrijk zijn deze terriers in het begin van de 20e eeuw erg geliefd.
Op oude prenten uit deze tijd staan ze geregeld afgebeeld met een kind of vrouw,
maar ook als
werkhonden.
Ook in de eerste wereldoorlog zijn ze zowel in de
franse loopgraven als bij de invallende engelse troepen erg populair als
maatje, mascotte en als rattenvanger. Bovendien hoorden deze honden veel beter
of er mortiergranaten onderweg waren en roken ze het, toen nieuwe mosterdgas,
van een veel grotere afstand. Zelfs Adolf Hitler had een hele geschikte jack
Russell (Parson) over gehouden aan zijn acties als soldaat in de loopgraven in
de WOI. In begin februari 1915 kwam een parson , die waarschijnlijk achter
ratten aan jaagde, in de loopgraaf waar
Adolf Hitler zat. Hij ving hem en noemde hem
"Fuchsl"
oftewel "Kleine Vos". Hij zei: Het moet zeker wel een Britse hond zijn, "het
begrijpt geen enkel Duits woord". In augustus 1917 werd deze hond weer van hem
gestolen op een station (waarschijnlijk door een officier die hem eerder 200
Mark hiervoor had geboden en waarop hij had geantwoord hem nog niet voor 200.000
mark weg te zou willen doen). De verspreiding van de Jack Russells over Europa
heen heeft in ieder geval zijn oorsprong ver voor de tweede wereld oorlog en ook
vrijwel zeker ook voor de geboorte van Dominee John Russell (12 december 1795 –
28 april 1883), ook al was dit dan in de vorm van de"White Fox". In ieder geval werden
er in 1978 in Nederland 41 Jack Russells ingeschreven op de Terriershow. Zij
kregen toen natuurlijk nog geen kampioensprijs en waren min of meer ter
opluistering aanwezig.

Voorlopig register
In de periode vanaf 1987 tot 1994 was het mogelijk de Raad van Beheer te bellen
om aan te geven dat je een Jack Russell had. Die werd dan vervolgens getatoeëerd
en dan ontving je een afstammingsbewijs met Voorlopig Register (VR)-nummer.
Vanaf 1987 waren er dus de eerste VR-honden. Fokken was ook relatief eenvoudig:
had één van de ouders een VR-nummer dan was dat voldoende om een nest met Jack
Russells met afstammingsbewijs te fokken. Uiteindelijk werd in 1990 de Jack
Russell Terrier als Parson Jack Russell Terrier zowel door de Engelse Kennelclub
als door de FCI erkend. Vanaf die tijd veranderde de naam op het
afstammingsbewijs. Elke Jack Russell werd nu Parson Jack Russell Terrier.
Dit veranderde echter weer in 1993.
Splitsing
Op clubshows van de toenmalige Nederlandse rasvereniging voor beide rassen had
men namelijk de mogelijkheid om Parsons met voldoende kwalificatie via een
speciaal formulier bij de Raad van Beheer aan te melden voor overschrijving van
het VR naar de Bijlage G-0.

Er werd vanaf dat moment dus een splitsing gemaakt: het erkende ras, de toen
geheten Parson Jack Russell, kwam in de Bijlage en het niet erkende ras, de Jack
Russell, bleef in het V.R., nu dus weer onder de naam Jack Russell. Niet alle
Parsons werden overgeschreven naar de Bijlage. Men kon dus nog steeds door
elkaar fokken met Parsons en Jacks. Dit bleef mogelijk tot 1996.
Aankeuringscommissie
Om een betere scheiding tussen de beide rassen mogelijk te maken, werd door de
Raad van Beheer een aankeuringscommissie in het leven geroepen. Deze commissie
keurde op speciale dagen, georganiseerd door een samenwerkingsverband van de Raad van Beheer en de Jack Russell Terrier Club Nederland (JRTCN).
soms wel meer dan honderd honden. Twee keurmeesters keurden de honden en de
JRTCN verzorgde de aanvraag van de goedgekeurde honden in het juiste stamboek
bij de Raad. Er was bovendien een tatoeeerder van de Raad aanwezig die de
goedgekeurde honden van een nummer voorzag.
De commissie keurde de stamboomloze honden, die dan vervolgens als Parson of
Jack opgenomen werden. En als ze niet `voldeden' werden ze niet opgenomen
werden.
Ook was er de mogelijkheid om op aankeuringsdagen reeds geregistreerde honden
over te laten keuren zodat ze in het juiste stamboek terecht kwamen qua 'type'.
Want nog steeds kwamen er in Parson-nesten Jacks voor, en omgekeerd. Deze
aankeuringsdagen vonden plaats van 1995 tot 1999. De laatste keren moesten de
honden echt een aanwinst zijn voor het ras, wilden zij goedgekeurd worden. Er
waren er immers al genoeg. Veel honden vielen af. Sommige eigenaren vonden dat
niet zo erg. Maar soms waren de gevolgen van het afkeuren groter. Voor
Nederlandse fokkers die voor veel geld een Jack Russell in Groot-Brittannié
hadden gekocht en die dan vervolgens hier geen stamboom kreeg. Het gevolg was
dat er soms bedreigingen, fysiek of met een rechtszaak, waren en er was dan ook
altijd een juridisch adviseur van de Raad aanwezig.
Down Under
Het is een opmerkelijk feit dat, hoewel Groot-Brittannië het land van oorsprong
is. de Engelsen de Jack Russell Terrier nooit officieel erkend hebben. Het ras
is ingelijfd bij de Parson Russell, maar dan met een lagere toegestane
schofthoogte.
Volgens de rasstandaard is Australië het land van de ontwikkeling van het ras.
Daar werd al in 1962 een begin gemaakt met registratie en het opzetten van
diverse bloedlijnen. Bloedlijnen met geimporteerde honden uit Groot-Brittannië
maar ook met locale terriers en wellicht ook andere rassen. Men creëerde een
eigen type, hoewel er ook in Australié vele verschillen zijn. In 1972 werd in
Australië de eerste rasvereniging opgericht, de Jack Russell Terrier Club of
Australie, en vanaf 1974 werd `zuiver' gefokt, zonder inmenging van Parsons. Het
ras werd in 1991 door de Australian Kennelclub erkend. Men vroeg in 1992
erkenning aan bij de FCI, maar deze werd geweigerd omdat men geen ras wilde
erkennen dat alleen in Australië voorkwam. In 1997 werd opnieuw erkenning
aangevraagd en nu wel met succes omdat ook in Japan, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika
en Nederland voldoende Jack Russells aanwezig waren.
Artikel uit Hondenwereld 11-2007 aangepast door
![]()
Kopieertoestemming van de redactie
Compassomedia
20090109-0913
.jpg)

















